VRT-medialab

projecten

Mediaproductie apparaat
Consumenten toepassingen
Distributie
Informatiebeheer

Nieuwe innovatieprojecten

Geisha

  • Framework:

    ibbt

  • Start: 01/03/2007
  • Einde: 28/02/2009
  • Project partners:

    VRT
    IBM
    NextiraOne
    Comsof
    Porthus
    UGent INTEC-IBCN
    UGent ELIS-MMLab
    UA PATS
    VUB ETRO

another GeishaDit project werd in 2009 beëindigd.
De opkomst en het volwassen worden van Internettechnologie in de voorbije decennia heeft het landschap van de IT-industrie totaal veranderd. Geleidelijk aan heeft deze nieuwe technologie ook ingang gevonden in andere industrietakken. Hoewel de toepassing en bovenal de aanvaarding ervan in de media-industrie eerder traag op gang kwam, zorgen ze stilaan voor drastische wijzigingen in de interne werking van de omroepen.
De toepassing van een ICT-gebaseerde infrastructuur in mediaproductie in het algemeen en videoproductie in het bijzonder introduceert een aantal opportuniteiten. Ze hebben allemaal te maken met de fundamentele verandering in hoe video bewerkt en verwerkt wordt: met name hoe video gemanipuleerd, verwerkt, opgeslagen en getransporteerd wordt als gewone databestanden, onafhankelijk van het videoformaat. Dit staat in schril contrast met hoe de klassieke mediatechnologie video vandaag als continue stromen behandelt. De daarbij meest in het oog springende veranderingen zijn:

  • Computergebaseerde (niet-lineaire) videobewerking;
  • Centrale hardeschijfgebaseerde mediaopslag;
  • Netwerkgebaseerde toegang tot de media;
  • Softwaregebaseerde mediaproductiemiddelen.

Samen met het verschijnen van een aantal normen zoals MXF en AAF, die een generieke bestandscontainer beschrijven voor de media-inhoud, leiden deze veranderingen tot het concept van bestandsgebaseerde media. Hierdoor vormde een aantal toonaangevende omroepen een visie van televisieproductie zonder videocassettes. Dit idee wordt verder bestendigd door het uitbrengen van een aantal bestandsgebaseerde cameratypes die het opgenomen materiaal niet langer op videocassette opslaan, maar overgaan op het gebruik van (onder andere) optische schijven (Sony) of solidstate-geheugenkaartjes (Panasonic).
Gedurende de laatste jaren heeft VRT, samen met het IBBT, onderzoek gedaan naar mogelijke architecturen voor een bestandsgebaseerde mediaproductie-infrastructuur, met alleen systemen die standaard IT-technologie bevatten. Het feit dat geen enkele media- of IT-leverancier in staat was kant-en-klare oplossingen aan te bieden voor een centrale media-opslaginfrastructuur toont duidelijk de waarde en de noodzaak van een dergelijk onderzoekstraject aan, en benadrukt de belangrijke rol die een omroep als de VRT op dit technologisch vlak te spelen heeft.
De uit dit onderzoek resulterende architectuur werd gevaloriseerd met de bouw van een centrale FC-gebaseerde mediaopslaginfrastructuur binnen de VRT-productieomgeving met een opslagcapaciteit op harde schijf van meer dan 400 TB. Dit platform is geschikt voor zowel radioproductie als televisieproductie in Standaard Definitie (SD). Het bouwen van het platform heeft ook geleid tot de geleidelijke invoering van een bestandsgebaseerde werkwijze voor mediaproductie, een veranderingsproces dat nog lang niet ten einde is.
De verwachting is dat binnen enkele jaren Hoge Definitie (HD) het huidige Standaard Definitie (SD) videoformaat zal verdringen als standaard productieformaat. De productie in Hoge Definitie stelt echter een aantal nieuwe uitdagingen aan de media-infrastructuur. Deze noodzaken de introductie van verschillende nieuwe technologische componenten in het architectuurmodel om op een kosteneffectieve manier het hoofd te kunnen bieden aan de grotere bandbreedte- en capaciteitsvereisten.
Omwille van schaling, maar vooral om performantieredenen zullen steeds grotere bestandssystemen nodig zijn. Een specifiek probleem hierbij is het terug inladen van een noodkopie vanaf datacassette wanneer het bestandssysteem in geval van calamiteit in een zeer kort tijdsvenster moet hersteld worden. Met de komst van HD TV, die ruwweg een verviervoudiging van de opslagcapaciteit met zich mee zal brengen, zal dit tijdsvenster in evenredige mate toenemen.
De huidige klassieke IT-backup/restore paradigma’s zullen herbekeken moeten worden en de bestaande producten zullen dieper bestudeerd en mogelijk anders geparametriseerd moeten worden om na te gaan of er werkbare technologische alternatieven zijn. Het opslaan van een tweede kopie op hardeschijfgebaseerde systemen wordt stilaan goedkoper en zal geëvalueerd moeten worden als alternatief voor de vandaag alom gebruikte datacassette.
Naarmate gecentraliseerde middelen aan belang winnen in een geïntegreerde volledig bestandsgebaseerde mediaproductie zullen meer en meer mediatoepassingen evolueren van mediawerkcenter-specifiek naar een centraal aangeboden geclusterde toepassing. De steeds stijgende behoeften naar mediabewerking en integratie vraagt om de toepassing van GRID-concepten als onderliggende technologie voor deze processorintensieve bewerkingen.
In het komende tijdperk van HD media-infrastructuur zullen nieuwe, opkomende mediaformaten de huidige standaarddefinitieformaten (bv. D10, DV, MPEG2), alsook de browse-videoformaten (zoals MPEG-1) verdringen. De selectie van de juiste nieuwe mediaformaten voor de verschillende toepassingen binnen een HD-gebaseerd mediaplatform is van cruciaal belang. Het selecteren van een mediaformaat met een optimaal evenwicht tussen mediakwaliteit, bandbreedte en gebruiksgemak tijdens de verschillende productie-operaties, moet voorafgegaan worden door een weldoordachte studie en evaluatie. Zolang de HD-formaatoorlog nog volop woedt, is het nog niet duidelijk welk formaat het zal halen. Een doordachte selectie van de gepaste compressieformaten is dus aangewezen, waarbij elke relevante stap in het productieproces zorgvuldig moet geëvalueerd worden.
De HD-mediaproductie-omgeving heeft nood aan een complexe, nauwgezette en flexibelere integratie tussen de centrale infrastructuur en het bijbehorende mediabeheersysteem en de video- en audiospecifieke werkcenters. Bovendien zijn de open normen zoals MXF en AAF nog niet volgroeid en worden die voorlopig door bijna elke medialeverancier anders en niet volledig conform geïnterpreteerd en geïmplementeerd. Verdere verfijning qua gebruik van MXF en AAF dringt zich bijgevolg op, bijvoorbeeld in de vorm van bijkomende restricties per applicaties.
Op een hoger niveau moet deze integratie vanuit het ‘Service Oriented Architecture’ (SOA) concept benaderd worden. Hierbij worden de mediafunctionaliteiten als service gedefinieerd om de noden van de business-gebruiker te ondersteunen. Binnen een SOA-omgeving stellen verschillende systemen op het netwerk middelen beschikbaar aan andere gebruikers op het netwerk in de vorm van diensten die op een gestandaardiseerde manier kunnen aangesproken worden. Dit zou de huidige chaos van ad-hoc gebouwde punt-tot-punt verbindingen tussen elk paar media-applicaties moeten opheffen.
Dit project heeft als doel oplossingen te ontwikkelen voor de hierboven beschreven probleempunten door:

  • Ontwerpen en bouwen van verschillende Proof of Concepts voor een Hoge Definitie mediaproductie en centrale opslagomgeving, gebaseerd op een optimale keuze van meestal IP-gebaseerde componenten. Het project omvat onderzoek in het domein van: goedkope iSCSI opslag, IP gebaseerde opslag en hardeschijfconnectienetwerken, TCP/IP en iSCSI offload engines (TOE’s), IPoIB (IP over InfiniBand) en iSER als mogelijk alternatief voor TOE, verschillende CPU technologieën (AMD t.o.v. Intel), GPFS, GRID computing, cell-processoren, alternatieve opslagconcepten en nieuwe backup/restore paradigma’s;
  • Studie van nieuwe mediaformaten, de opvolging van de bestandsformaten MXF en AAF, Service Oriented Architecture (SOA), en Enterprise Service Bus (ESB);
  • Onderzoek naar de relevantie van ‘generieke’ GRID-computingconcepten voor de op een GPFS-cluster gebaseerde media-infrastructuurmodellen.

 

Laatst bewerkt op 08/03/2010